Global menu

Our global pages

Close

Invoering Wet Vereenvoudiging regelingen UWV

  • Netherlands
  • Employment law

04-02-2013

Per 1 januari 2013 is de Wet vereenvoudiging regelingen UWV ingevoerd. Het doel van het wetsvoorstel is vereenvoudiging van wet- en regelgeving, in het belang van meer doelmatigheid, een grotere inzichtelijkheid van de regelgeving en vermindering van de uitvoeringskosten voor de overheid en de administratieve lasten voor werkgevers en werknemers. De Wet vereenvoudiging regelingen UWV bestaat uit een aantal onderdelen, zoals hieronder uiteen gezet.

1. Uitkeringsvaststelling WW alsmede ZW en Wet arbeid en zorg (Wazo)

Ten aanzien van de uitkeringsvaststelling worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:

(i) Bij de beoordeling van het recht op een WW-uitkering of een Wet WIA-uitkering zal worden uitgegaan van uren waarover loon is ontvangen in plaats van uren waarin is gewerkt. Deze wijziging heeft alleen gevolgen voor het recht op en de hoogte en duur van de WW-uitkering indien (i) een werknemer (tegen betaling) heeft overgewerkt en (ii) de situatie dat een werknemer op non-actief is gesteld.

(ii) De arbeidsverledeneis zal worden aangepast in die zin dat een kalenderjaar meetelt voor het arbeidsverleden voor een werknemer als hij minimaal 208 arbeidsuren heeft gehad in dat kalenderjaar. Daarbij is niet vereist dat die 208 arbeidsuren over tenminste 52 werkdagen zijn verspreid. Deze wijziging kan van invloed zijn op de duur van het arbeidsverleden en daarmee op de duur van de WW-uitkering.

(iii) Bij de referte-eis zal niet langer uitgegaan worden van weken maar van kalenderweken. Dit heeft als voordeel dat het UWV alleen de gegevens per kalenderweek nodig heeft en niet meer per dag met als gevolg een administratieve lastenverlichting.

(iv) De dagloonregels voor de WW, ZW en Wazo zijn aangepast waarbij het refertejaar een tijdvak terug schuift en een tijdvak eerder aan zal vangen. In de oude regeling werd het dagloon berekend op basis van alle opeenvolgende dienstbetrekkingen in het refertejaar, terwijl in de nieuwe regeling wordt aangesloten bij de laatste dienstbetrekking.

2. Geen aftrek meer van fictieve opzegtermijn bij pro forma ontbindingen

In de oude regeling gold bij de ontslagroute via het UWV of de kantonrechter, anders dan bij een beëindiging met wederzijds goedvinden, voor de fictieve opzegtermijn een aftrek van één maand (de minimum fictieve opzegtermijn was echter één maand). De verkorting van de fictieve opzegtermijn na een ontbindingsprocedure is vervallen met ingang van 1 januari 2013. De aanpassing van de fictieve opzegtermijn beoogt het aantal pro forma ontslagprocedures terug te dringen. Voor wat betreft het recht op WW-uitkering is er nu geen reden meer om voor een pro forma ontbindingsprocedure te kiezen.

De nieuwe regeling geldt alleen voor verzoekschriften tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst die na 1 januari 2013 zijn ingediend bij de kantonrechter.

3. Doelgroep inkomstenverrekening (begrip langdurig werkloos)

In de oude regeling werd een WW-gerechtigde als langdurig werkloos aangemerkt indien hij 52 weken onafgebroken werkloos was geweest. Ook WW-gerechtigden die gedurende het eerste jaar bij herhaling tijdelijk en/of gedeeltelijk werk vonden, vielen onder deze definitie. In de nieuwe regeling is de definitie van “langdurig werkloze” aangepast zodanig dat de WW-gerechtigde 13 weken aaneengesloten volledig werkloos moet zijn geweest. Hiermee wordt bereikt dat voor WW-gerechtigden die regelmatig tijdelijk werk vinden in het eerste WW-jaar de hoogte en duur van de WW-uitkering ongewijzigd blijft na afloop van dat jaar.

4. Wijziging startersregeling WW

De startersregeling WW houdt in dat een WW-gerechtigde gedurende 26 weken kan starten als zelfstandig ondernemer en gedurende deze periode recht behoudt op WW-uitkering. In de oude regeling werd 70% van de inkomsten uit het eigen bedrijf verrekend met de WW-uitkering over de startersperiode. In de nieuwe regeling wordt in plaats van verrekening van inkomsten achteraf, de WW-uitkering gedurende de startperiode met een vast percentage gekort, namelijk 29% van de uitkering. Dit percentage is voor iedereen gelijk en is onafhankelijk van de inkomsten uit het eigen bedrijf of de als zelfstandige gewerkte uren.

5. Calamiteitenregeling: wijziging artikel 8 BBA en artikel 18 WW

In de oude regeling bestonden twee mogelijkheden waarbij in geval van buitengewone niet-economische omstandigheden een WW-uitkering kon worden verstrekt tijdens dienstbetrekking, namelijk (i) de onwerkbaar weer regeling in de WW en (ii) de werktijdverkortingsregeling (WTV) op grond van artikel 8 BBA. In de nieuwe regeling moeten werkgevers in sectoren die nu gebruik maken van WW in verband met winterse omstandigheden, de eerste vier weken winters weer voor eigen rekening nemen. Zij zijn niet bevoegd om de werktijd te verkorten. 

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings