Global menu

Our global pages

Close

Nieuwe vakantiewetgeving

  • Netherlands
  • Employment law
  • Labor law and trade union issues

25-11-2011

Inleiding
Per 1 januari 2012 treedt de nieuwe wet met betrekking tot de opbouw en het verval van vakantiedagen in werking. De nieuwe wet introduceert een nieuwe, kortere periode waarna de wettelijke vakantiedagen vervallen en trekt de opbouw van vakantiedagen van zieke werknemers gelijk met die van niet-zieke werknemers. Hieronder vindt u een kort en algemeen overzicht van de belangrijkste veranderingen als gevolg van de nieuwe wet en de praktische consequenties daarvan voor werkgevers.

Wat gaat er veranderen?
De Nederlandse wetgeving inzake vakantiedagen kent "wettelijke vakantiedagen" (1), de minimum wettelijke vakantieaanspraak, en andere vakantiedagen die bovenop het wettelijk minimum worden verleend, de "bovenwettelijke vakantiedagen". Krachtens de huidige wetgeving vervallen alle opgebouwde, niet-opgenomen vakantiedagen 5 jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Met ingang van 1 januari 2012 moeten werknemers de opgebouwde maar nog niet opgenomen wettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2012 binnen 6 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd opnemen, anders vervallen deze dagen in principe. Vakantiedagen die in 2012 zijn opgebouwd bijvoorbeeld, vervallen in principe per 1 juli 2013 als deze niet zijn opgenomen. Deze vervaltermijn van zes maanden is echter niet van toepassing als een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest de in het vorige kalenderjaar opgebouwde wettelijke vakantiedagen in de eerste zes maanden van het volgende kalenderjaar op te nemen. De vervaltermijn van zes maanden is alleen van toepassing op de wettelijke vakantiedagen en zal niet van toepassing zijn op de bovenwettelijke vakantiedagen. De vervaltermijn voor deze bovenwettelijke vakantiedagen verandert niet en blijft 5 jaar na het kalenderjaar waarin deze zijn opgebouwd.

Krachtens de huidige Nederlandse wetgeving inzake vakantiedagen bouwen werknemers met ziekteverlof alleen vakantiedagen op tijdens de laatste zes maanden van hun ziekte. Dit werd gezien als discriminatie van zieke werknemers. Daarom zal dit verschil in de opbouw van vakantiedagen per 1 januari 2012 niet langer bestaan, als gevolg waarvan de opbouw van vakantiedagen voor zieke werknemers hetzelfde zal zijn als voor niet-zieke werknemers.

Praktische consequenties
De nieuwe wet zal een aantal praktische consequenties hebben voor de administratie van de werkgever, aangezien in de administratie duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen de volgende vakantiedagen:

  • Voor alle vakantiedagen die zijn opgebouwd tot 1 januari 2012 maar nog niet zijn opgenomen geldt een vervaltermijn van 5 jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar waarin deze dagen zijn opgebouwd;
  • Voor alle wettelijke vakantiedagen opgebouwd vanaf 1 januari 2012 geldt een (nieuwe) vervaltermijn van zes maanden na het einde van het betreffende kalenderjaar waarin de wettelijke vakantiedagen zijn opgebouwd;
  • Voor alle bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd vanaf 1 januari 2012 blijft een vervaltermijn gelden van 5 jaar na het kalenderjaar waarin deze zijn opgebouwd;
  • Voor alle wettelijke vakantiedagen opgebouwd vanaf 1 januari 2012 die de werknemer redelijkerwijs niet op heeft kunnen nemen binnen zes maanden na het jaar waarin deze zijn opgebouwd, geldt een vervaltermijn van 5 jaar;

Per 1 januari 2012 kunnen de werkgever en de werknemer ook een afwijkende vervaltermijn overeenkomen met betrekking tot de wettelijke vakantiedagen.

Als gevolg van de nieuwe wet zullen werkgevers voor de periode van 5 jaar (2012 - 2017) dus te maken hebben met (ten minste) drie soorten vakantiedagen in de verlofadministratie, hetgeen een administratieve belasting kan zijn.

Welke dagen vervallen eerst?
Volgens de (huidige) jurisprudentie van de Hoge Raad wordt een werknemer altijd geacht eerst de oudste vakantiedagen op te nemen, d.w.z. de als eerste opgebouwde vakantiedagen. Deze regel zal met ingang van januari 2012 niet langer gelden als gevolg van het verschil in de vervaltermijnen van de wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. De parlementaire geschiedenis van de nieuwe wet geeft aan dat de huidige situatie niet van toepassing is op deze nieuwe wet vanwege de kortere vervaltermijn van nieuw opgebouwde vakantiedagen.

Per 1 januari 2012 wordt een werknemer geacht eerst de vakantiedagen op te nemen met de kortste vervaltermijn, d.w.z. de wettelijke vakantiedagen die in dat jaar zijn opgebouwd (met een vervaltermijn van 6 maanden na het jaar waarin deze zijn opgebouwd) en vervolgens de 'oudste' (bovenwettelijke) vakantiedagen en de (wettelijke) vakantiedagen die de werknemer redelijkerwijs niet heeft kunnen opnemen (allen met een vervaltermijn van vijf jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd).
 

Noot 1: Krachtens de Nederlandse wet bedraagt de wettelijke minimum vakantieaanspraak 4 maal het overeengekomen aantal werkuren of -dagen per week, bijv. 20 dagen per jaar op basis van een vijfdaagse werkweek. Veel werkgevers verlenen hun werknemers echter extra vakantiedagen boven op het wettelijke minimum. Deze dagen worden "de bovenwettelijke vakantiedagen" genoemd.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings