Global menu

Our global pages

Close

Wijzigingen WOR

  • Netherlands
  • Employment law

04-02-2013

De beoogde inwerkingtreding van het Wetsontwerp tot aanpassing van de Wet op de Ondernemingsraden (“WOR”) was 1 januari 2013, maar dit is uitgesteld tot een nader te bepalen datum. Het Wetsontwerp tot aanpassing van de WOR ziet op de volgende onderwerpen.

1. Scholing ondernemingsraadsleden

De belangrijkste wijzigingen op dit punt zijn de volgende:

  • In de WOR wordt toegevoegd dat er een recht op scholing “van voldoende kwaliteit” bestaat. Hierdoor kan de ondernemingsraad in het overleg met de ondernemer eisen stellen aan de kwaliteit van de opleiding van de ondernemingsraadleden.
  • De vergoedingsplicht voor de ondernemer voor scholing en vorming vloeit reeds impliciet voort uit de WOR, maar het voorstel is om nu expliciet op te nemen in de WOR dat deze kosten ten laste van de ondernemer komen. De SER zal richtbedragen gaan opstellen per kostensoort en die richtbedragen zullen een rol spelen in het overleg tussen de ondernemingsraad en de ondernemer. De omvang van het minimumaantal scholingsdagen, dat varieert van 5 tot 8 dagen per jaar, wijzigt overigens niet.

2. Vervallen verplichte procedure bij bedrijfscommissie

In het kader van de algemene geschillenregeling staat momenteel in de WOR een verplichting opgenomen om eerst de bemiddelings- en adviesprocedure bij de bedrijfscommissie te doorlopen, voordat een verzoek bij de kantonrechter ingediend kan worden. In het wetsvoorstel wordt het verplichte karakter van deze procedure bij de bedrijfscommissie afgeschaft. Dit betekent dat de algemene geschillenregeling alleen nog de rechtsgang naar de kantonrechter kent. De verwachting is dat de bedrijfscommissie alleen nog ingeschakeld zal worden als beide partijen daar de wens toe uitspreken.

3. Bijzondere taak SER ter bevordering medezeggenschap

In de WOR zal een nieuwe taak voor de SER worden opgenomen, bestaande uit het bevorderen van de medezeggenschap in ondernemingen door middel van aanbevelingen. De SER kan ondernemers, ondernemingsraden en cao-partijen hierin oproepen om de medezeggenschapsinspanningen voort te zetten dan wel te intensiveren.

4. Medezeggenschap in internationale concerns

De SER heeft enige tijd geleden geconstateerd dat naar mate een onderneming onderdeel uitmaakt van een internationale groep van ondernemingen en besluitvormingsprocessen plaatsvinden op internationaal concernniveau, de besluitvorming zich voor een deel aan de Nederlandse medezeggenschap onttrekt. De Tweede Kamer heeft vervolgens de motie Hamer aangenomen waarin is verzocht om te onderzoeken hoe Nederlandse ondernemingsraden intensiever kunnen worden betrokken bij overnames, fusies, splitsingen of verplaatsingen van met name internationale ondernemingen.

Het voorstel luidt om in de WOR op te nemen dat de verplichting om de ondernemingsraad te informeren zich ook uitstrekt tot de ondernemer die deel uitmaakt van een internationaal concern. Met deze wijziging wordt beoogd dat ook binnen een internationale groep van ondernemingen inzicht gegeven moet worden over hoe de bevoegdheden zijn verdeeld en wie de zeggenschap uitvoert. Echter, nu de wijziging slechts beperkt blijft tot uitbreiding van het informatierecht over de zeggenschapsverhoudingen, is de vraag of Nederlandse ondernemingsraden hierdoor daadwerkelijk intensiever betrokken zullen worden bij besluiten op internationaal niveau over bijvoorbeeld overnames.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings